EVO model

Executieve Vaardigheden en het EVO model

Het model Executieve Vaardigheden in het Onderwijs (EVO model) is speciaal gemaakt voor gebruik in het onderwijs. Er zijn vele modellen, variërend in aantal vanaf 8 tot wel boven de 30 beschreven executieve functies. Uit verschillende modellen is het EVO model ontstaan. Het EVO model gaat uit van 6 domeinen, onderverdeeld in kleuren. Deze domeinen zijn met elkaar verbonden. Voor het uitvoeren van de verschillende taken zijn ook verschillende vaardigheden nodig. 

Wij werken met het EVO model binnen de:
  🟢 Leerlijn Executieve Functies (LEF) voor het (speciaal-)basisonderwijs
  🟢 LEF voortgezet onderwijs 
  🟢 LEF praktijkonderwijs 
  🟢 Binnen onze opleiding tot Jeugd Breincoach

Wat zijn executieve vaardigheden?

De hersenen ontwikkelen zich van achter (achterhoofd) naar voren (voorhoofd). Aan de voorkant van onze hersenen, ter hoogte van het voorhoofd, zit de prefrontale cortex. Dit deel van de hersenen ontwikkelt zich het laatst en is pas klaar zo rond het 25e tot 30e levensjaar. Dit deel van de hersenen is feitelijk de rem op ons handelen. We willen iets, hebben ergens zin in, zien iets dat we mooi vinden en we willen dat direct hebben. Onze prefrontale cortex zorgt ervoor dat we nadenken over onze beslissingen en een weloverwogen beslissing kunnen nemen. Voor kinderen is dat dus nog enorm lastig. Het oorzaak-gevolg-denken is nog niet volledig ontwikkeld en de snelle beloning lonkt. In die prefrontale cortex huizen onze executieve functies. De regelfuncties ofwel hogere denkfuncties. Executieve vaardigheden zijn de vaardigheden die we nodig hebben om onze doelen te kunnen bereiken. 

Executieve Vaardigheden van het EVO model

PLANNING EN ORGANISATIE

Onder plannen en organiseren verstaan we het plannen zelf, maar ook het kunnen ordenen van materialen, het kunnen nakomen van afspraken, het maken van een tijdsplanning, starten van taken, efficiënt aan een taak beginnen en doelen kunnen formuleren, het kunnen stellen van prioriteiten en timemanagement. Wanneer het onderdeel planning en organisatie goed ontwikkeld is, zal de leerling in het voortgezet onderwijs de cognitieve vermogens beter tot zijn recht kunnen laten komen. Een goede planning en het nakomen van die planning in al haar facetten, is het halve werk! Toch hebben leerlingen vaak nog veel sturing en hulp nodig bij het overzien van de taken. Dit hele proces van ontwikkelen kan de omgeving (ouders, school) ondersteunen en stimuleren, o.a. door helderheid te geven over afspraken, te kaderen en af te stemmen op de behoeften en draagkracht van de leerling. 

Tips voor thuis voor het ontwikkelen van de EF 'Planning en Organisatie':

✅ Besteed aandacht aan opruimen. Begin met het opruimen van de eigen spullen en breid dit langzaam uit naar het doen van algemenere klusjes zoals het afruimen van de tafel, het opgeruimd houden van de eigen kamer naar het in de wasmachine doen van de eigen was en het vouwen en opruimen in de kast.
✅ Bak samen een taart (inclusief doorlezen van het recept, boodschappen doen tot het in de oven zetten van de taart) of laat het kind een boodschappenlijstje maken.
✅ Plan samen het huiswerk in, bedenk daarbij wat het kind nog voor andere taken en afspraken heeft, zorg dat de planning reëel is en echt nagekomen kan worden. Plan huiswerk altijd in kleine stukjes in. Liever wat meer herhalingen over een aantal dagen, dan in 1x heel veel leren of maken. Bedenk dat maakwerk ook een manier is om de lesstof te herhalen. Het is dus goed om ook maakwerk uit te spreiden als het veel werk is. 

CONCENTRATIE EN WERKGEHEUGEN

Onder dit domein valt het kunnen concentreren, het kunnen focussen op één taak, het kunnen vasthouden van de aandacht voor een taak, het kunnen uitvoeren van taken die uit meerdere stappen bestaan, het kunnen putten uit kennis uit het langetermijngeheugen en dit te combineren met wat er op dat moment van het kind wordt gevraagd (werkgeheugen). Wanneer gedurende lange periode sprake is van verminderde concentratie zien we ook vaak een zwakker werkgeheugen bij leerlingen. Deze leerlingen hebben een korte aandachtsspanne, zijn snel afgeleid, kunnen hun aandacht minder goed richten, vasthouden en verdelen. Het zijn de leerlingen die ‘in hun eigen wereld’ leven, die niet (lijken te) luisteren, lijken te dagdromen en waarbij informatie het ene oor in en het andere uit lijkt te gaan. Ze hebben last van afdwalende gedachten en associëren vaak enorm, waardoor ze dingen ‘horen’ die niet gezegd zijn of opdrachten anders hebben begrepen dan ze bedoeld waren. Het onderdeel concentratie is dus van belang voor de ontwikkeling van het werkgeheugen, waarbij bijvoorbeeld een taak die uit meerdere stappen bestaat kan worden volbracht. Zowel concentratie als werkgeheugen zijn te trainen. Van belang is dat de herkomst van de verminderde concentratie wordt achterhaald en dat interventies worden ingezet die passend zijn bij de herkomst van de concentratiemoeilijkheden of concentratiestoornis.

Tips voor thuis voor het ontwikkelen van de EF 'Concentratie en Werkgeheugen':

✅ Kijk samen naar de afleidende factoren. Hoe ziet de werkplek van uw kind eruit? Zijn er veel afleidende factoren? Is het opgeruimd of niet? Wat heeft het kind nodig om geconcentreerd aan het werk te kunnen gaan? Maak hierover afspraken. Afspraken met pubers maak je in overleg. Een opgelegde afspraak stuit meestal op veel weerstand. Laat een puber zelf tot oplossingen komen en vraag op welke manier je het kind kunt helpen de gemaakte afspraken na te komen. 
✅ Doe samen geheugenspelletjes. Dat kan memory zijn, het onthouden van moppen of andere gekke dingen (zoals gekke woorden) of cijfer- of letterreeksen voor- en achteruit. 
✅ Een tekort aan vocht zorgt voor verminderde concentratie. Zorg dus dat uw kind voldoende drinkt. Aan de andere kant kunnen suikers ook weer leiden tot een verminderde concentratie. Geef voor het leren dus liever geen suikers. Langzame koolhydraten, zoals die in volkoren brood zitten, zijn beter voor het leren.
✅ Plan voldoende pauzes in de planning in. Heeft uw kind een korte aandachtsspanne? Zorg dan dat er voldoende momenten zijn dat er even gepauzeerd mag worden. Het is hierbij vaak aan te raden wel een wekker te zetten zodat de pauze ook afgebakend is en het kind weer aan 'de volgende ronde' kan beginnen van het leren.

IMPULSBEHEERSING EN EMOTIEREGULATIE

Onder dit domein valt het kunnen onderdrukken van ongewenst gedrag, nadenken voor je iets doet (respons-inhibitie) en het reguleren van de emoties (weten in welke situatie welke emotie gepast is). In het onderwijs zien we dat leerlingen die zich moeilijk kunnen beheersen het lastig vinden om te wachten op hun beurt, voor hun beurt praten, anderen onderbreken tijdens het praten of vanuit een impuls handelen zonder hierover eerst te hebben nagedacht. Wanneer leerlingen in de puberteit komen, zullen zij enorm gebaat zijn bij een goede basis op het gebied van impulsbeheersing. In de puberteit ontwikkelt zich het emotiecentrum in razend tempo. Pubers zijn geneigd tot risicovol gedrag en gaan eerder voor een snelle beloning dan voor een beloning op de langere termijn. Wanneer de impulsbeheersing dan goed ontwikkeld is, kunnen zij een zo groot mogelijke weerstand bieden aan de wensen vanuit het emotionele brein. Gebrek aan beheersing heeft dan ook grote invloed op allerlei verleidingen die leerlingen in hun leven tegen zullen komen.

Tips voor thuis voor het ontwikkelen van de EF 'Impulsbeheersing en Emotieregulatie':

✅ Wees thuis alert op uitgestelde aandacht. Laat uw kind gerust even wachten als u ergens mee bezig bent. Hiermee traint uw kind de hersengebieden waar zich ook de impulsbeheersing bevindt. 
✅ Wordt uw kind snel boos of raakt het kind snel geïrriteerd? Spreek dan een handeling af die het kind kan doen voordat hij boos wordt. Denk hierbij aan tot 10 tellen, een stukje rennen, 10x opdrukken of iets dergelijks. Kinderen zijn er een ster in om zelf de beste oplossing te bedenken. Vraag uw kind welke handeling het beste lijkt. Dat werkt altijd het beste. 
✅ U kunt thuis spelletjes doen die een beroep doen op de impulsbeheersing (zie overzicht met spelletjes op onze website). Wist u dat competitieve sporten ook goed zijn voor het om leren gaan met het controleren van de impulsen? 

MOTIVATIE EN DOORZETTEN

Dit domein is enorm belangrijk voor het leren. Zonder motivatie en doorzettingsvermogen zal de leerling niet tot leren komen. Toch is het binnen dit domein essentieel dat de leerling de beschikking heeft over een (overwegend) positief zelfbeeld, zelfvertrouwen en zich niet uit het veld laat slaan door kleine tegenslag of teleurstelling. Zoals elk van de genoemde domeinen heeft een verminderde ontwikkeling van één van de domeinen invloed op de andere domeinen. Bij motivatie geldt deze verbondenheid nog extra. Motivatieverlies kan vele oorzaken hebben. Veelal komt het voort uit teleurstellingen, opgedaan in het verleden. Deze kunnen ontstaan zijn door het ontbreken van uitdagend materiaal of juist lesstof die te hoog gegrepen was. Om leerlingen te motiveren is het belangrijk leerlingen keuzes aan te bieden en hen in hun autonomie te ondersteunen. Wanneer leerlingen eigenaar zijn van hun eigen ‘probleem’ en tot eigen, zelf bedachte oplossingen komen zullen zij sneller geneigd zijn hun doel te willen bereiken. Deze keuzes moeten bij de leeftijd en bij de taak passen. Aan extrinsieke motivatie, de motivatie die van buitenaf komt, zijn vaak negatieve effecten verbonden. Het is daarom zaak de leerling intrinsiek te motiveren, dat wil zeggen de leerling van binnenuit te motiveren taken te volbrengen. Deze intrinsieke motivatie kan wel ondersteund worden door een extrinsieke prikkel (beloning van buitenaf). De leerling heeft, naast het gevoel van autonomie, ook het gevoel van verbondenheid nodig. Verbondenheid met de leerkracht, met de groep en met het werk. Tot slot is het voor de leerling belangrijk zich competent te voelen. Wanneer de leerling het gevoel heeft het werk aan te kunnen, zal de leerling meer gemotiveerd zijn het werk ook op te pakken. Naast de motivatie om taken te voltooien heeft de leerling ook het doorzettingsvermogen nodig de taak, ook bij tegenslag, te blijven uit te voeren tot deze voltooid is. 

Tips voor thuis voor het ontwikkelen van de EF 'Motivatie en Doorzetten':

✅ Uw kind raakt gemotiveerd wanneer er een gevoel van bekwaamheid is ten aanzien van een taak (het gevoel 'ik kan dit' of 'ik kan dit leren'), autonomie ('ik mag zelf bepalen hoe en wanneer ik dit doe') en wanneer er een relatie is met de stof en/of met de docent. Probeer er samen eens uit te komen hoe uw kind kijkt naar deze voorwaarden ten aanzien van school of bepaalde vakken. Zo komt u er mogelijk ook achter wat uw kind nodig heeft om meer gemotiveerd te zijn voor een vak of in het algemeen voor school.
✅ Geef uw kind verantwoordelijkheden. Kinderen willen graag een gevoel van autonomie hebben, van zelfstandig kunnen denken en handelen. Wanneer zij zelfstandig taken moeten uitvoeren en gecomplimenteerd worden over het proces, raken zij meer gemotiveerd het proces ook voort te zetten. 
✅ Voer een open gesprek over wat uw kind zou willen in de toekomst. Over een half jaar, over 5 jaar en misschien wel over 10 of 20 jaar en over hoe het kind denkt dat te gaan bereiken. Wat is er allemaal nodig om die doelen te bereiken? Probeer ook open in het gesprek te blijven staan als uw kind aangeeft dat het 'slapend rijk' wil worden. Vraag door, toon interesse en probeer in de schoenen van uw kind te staan. Oprechte interesse leidt ook tot een oprecht gesprek. 

ZELFBEELD EN METACOGNITIE

Metacognitie is het kunnen kijken naar jezelf, naar je eigen handelen, naar de stappen die je gezet hebt en naar de manier waarop je de stappen ook anders had kunnen zetten. Hieronder valt het kunnen vormen van een reëel zelfbeeld en het kunnen reflecteren op eigen handelen. Leerlingen die binnen dit domein 'uitvallen' kunnen een laag zelfbeeld hebben, maar ook een irreëel zelfbeeld. Leerlingen die te snel vinden dat ze iets al goed genoeg kunnen bijvoorbeeld hebben ook nog wat te leren/ontwikkelen op het gebied van zelfbeeld en metacognitie. Het kunnen reflecteren en leren van de reflectie is een groot goed. Te weinig succeservaringen kan leiden tot een laag zelfbeeld. Teveel complimenten die gericht zijn op het eindresultaat in plaats van op het proces, kunnen leiden tot een irreëel zelfbeeld. Evenals het (goedbedoeld) overnemen van taken, waarbij onbewust een signaal naar de leerling wordt afgegeven dat er geen vertrouwen is dat de leerling het zelf kan. 

Tips voor thuis voor het ontwikkelen van de EF 'Zelfbeeld en Metacognitie':

✅ Maak voor het hele gezin een complimentenpot waar iedereen voor elk ander gezinslid een briefje met een compliment in mag doen. Maak van het uitpakken en lezen van de briefjes een feest! 
✅ Voer met elkaar een gesprek over helpende en niet-helpende gedachten. Welke gedachten heeft uw kind wanneer er een taak moet worden verricht? Zijn dat helpende gedachten? Zo niet, kunt u samen met uw kind tot helpende gedachten komen? 
✅ Benoem mooie eigenschappen/uiterlijke kenmerken/fijne situaties op een vast moment op de dag. Oefen dit eerst door zelf de mooie eigenschappen van uw kind te benoemen en laat dan ook uw kind mooie eigenschappen van zichzelf benoemen. Of laat uw kind vertellen op welke situaties het die dag een positieve invloed heeft gehad. 

Op dit onderdeel is de Leerlijn Executieve Functies en met name het bijbehorend praktisch materiaal voor in de klas (de doelenkaarten) gebaseerd. Leerlingen leren te kijken naar eigen handelen, zowel cognitief als gedragsmatig.

FLEXIBILITEIT EN GEDRAGSVERANDERING

Onder dit domein valt het om kunnen gaan met tegenslag, om kunnen gaan met verandering, hierop kunnen anticiperen en hier niet van streek door raken. Leerlingen die feedback krijgen zijn in staat deze feedback ter harte te nemen en een gedragsverandering te laten zien waar nodig. Leerlingen die verminderd flexibel zijn, kunnen moeite hebben met lesovergangen of wijzigingen in het rooster, kunnen bepalend zijn in spel tijdens het buitenspelen, kunnen soms minder goed tot oplossingen komen of kunnen moeilijk omgaan met de overdaad aan prikkels in de klas. Het vermogen flexibel te kunnen omgaan met hetgeen op hun pad komt helpt hen om beter om te leren gaan met vrije opdrachten, samenwerkopdrachten, verandering en tegenslag. Leerlingen die dit domein als ontwikkelpunt hebben kunnen vasthouden aan oude gewoonten en gebruiken en vinden het lastig om te gaan met opbouwende feedback. Een gedragsverandering is hierdoor ook lastiger uit te voeren voor hen. Onder andere het domein 'zelfbeeld en metacognitie' verdient in veel gevallen ook aandacht. Door het werken aan ontwikkeling in beide domeinen kan toegewerkt worden naar gedragsverandering en een flexibeler houding bijvoorbeeld in conflicten. 

Tips voor thuis voor het ontwikkelen van de EF 'Flexibiliteit en Gedragsverandering':

✅ Doe thuis spelletjes die een beroep doen op de flexibiliteit (zie hier de lijst van spellen voor het ontwikkelen van de executieve functies)
✅ Maak een stoplicht op een A4 en hang deze op een zichtbare plek in huis op. Als uw kind spanning ervaart kan het aangeven op het stoplicht hoe het zich voelt. Bedenk samen manieren om van oranje terug te gaan naar groen en om van rood naar oranje te kunnen gaan. Uw kind krijgt zo een beter inzicht in de eigen gevoelens en leert zelf na te denken over manieren die helpen om weer rustig te worden.
✅ Oefen met spontane uitjes. Vindt uw kind het lastig als iets plotseling anders gaat dan gepland? Oefen dit dan samen heel bewust. Vertel uw kind ook dat u dat gaat oefenen en neem in het begin uw kind mee in de overwegingen die u daarin maakt en de wijzigingen die u gaat aanbrengen. Ga hierin steeds een stapje verder. Blijf uw kind hierin wel meenemen en vraag uw kind hoe het oefenen gaat en of het nog een stapje verder kan. 


Wilt u meer weten over de executieve functies? Wij bieden opleidingen voor professionals en begeleiding voor scholen en ouders. Stuur ons een mail voor interesse in een begeleidings- of opleidingstraject: contact@wegwijscc.nl